Op reis

Wie reist, leeft dubbel..

(Bertus Aafjes)

Wij Nederlanders zijn het reislustigste volk ter wereld. Al eeuwen terug bevoeren wij de wereldzeeen om handel te drijven, nieuwe streken te ontdekken en missiewerk te verrichten.  Al dat reizen heeft ons de welvaart gebracht van de Gouden Eeuw. Maar zelfs in eigen land en onze streek bleef reizen lange tijd een spannend avontuur.

Ziet u de vijf gangbare middelen van vervoer op Salomon van Ruysdaels schilderij?

De wegen waren moeilijk begaanbaar in het natte veengebied en het rulle zand op de strandwallen. Overal loerde gevaar. Struikrovers hadden het gemunt op reizigers, maar ook slecht weer kon reizen zeer bemoeilijken. Zelfs een overnachting in een van de herbergen langs de route kon gevaarlijk zijn, met ruzies tussen onbehouwen of dronken gasten en met  vlooien en luizen tussen de lakens.

Een ruiter te paard kon 60 km per dag afleggen,  een koets niet meer dan 35 km per dag. Reizen met een kar of koets was geen pretje, omdat de wegen slecht en onverhard waren en de voertuigen nog geen vering hadden. Een echte vent ging trouwens altijd te paard.

Reizen over het water had eeuwen lang de voorkeur: langzaam, maar rustiger. Veerdiensten en trekvaarten zorgden voor een heel efficient vervoerssysteem. Hoe dan ook, reizen nam vroeger heel veel tijd.  Pas in de 19e eeuw met de komst van de diligence en de verharde wegen wordt het reizen per koets gerieflijker en geaccepteerder en verliezen de trekvaarten hun belangrijke rol.

Reisverhalen

Vanaf de Gouden Eeuw verschenen de eerste reisverslagen van tochten door Nederland. In 1823 beschrijft Jacob van Lennep zijn voetreis met Dirk van Hogendorp door Nederland, maar laat Warmond links liggen, omdat ze de trekschuit namen. Dit bord hing tussen Leiden en Warmond bij een herberg: In 1882 wandelt de doopsgezinde predikant Jacob Craandijk wel door Warmond. Zijn 7-delige Wandelingen door Nederland in pen en potlood werd een bestseller. Hierin beschrijft hij hoe hij van kasteel Poelgeest Warmond binnenloopt en de tol passeert. Hij betaalde 1,5 cent!

 

 

Jacob Craandijk in Warmond:

Craandijk spreekt over de ouderwetsche herberg bij het tolhek van Warmond, door zwaar geboomte overschaduwd, met zijn aangename ligging en liefelijke uitzicht. En een ieder die bestelt, is vrijgesteld van tol. Voorheen  werd de herberg goed bezocht, maar nu zou hij minder in trek zijn en de inrichting in verval.

Vandaar leidt een weg omzoomd door elzen naar het dorp met hier en daar een buitenplaats, het stationnetje en de kalkovens op de plaats van kasteel Lockhorst. Craandijk prijst de nieuwe Katholieke kerk met zijn prachtige marmeren communiebank, de kapel van het seminarie (nu Mariengaerde), de bomenlaan naar Middendorp en landgoed Oostergeest. Het tot de verbeelding sprekende verhaal van de geheime gang bij de ruine blijkt ook Craandijk te fascineren. Bij het logement aan den rijweg (de stad Rome?) pauzeert hij na zijn lange wandeling. Na Oostergeest wint het landschap aan schoonheid, zo zegt hij, met enerzijds de schitterende kleuren van tulpenvelden en anderzijds de wild uitgewaaide eiken, die zich over de rijweg buigen. Vervolgens roemt hij de geschiedenis en schoonheid van het Huys te Warmont en de prachtige lanen in het omringende bos.

Over Warmonds Wegen

Warmond heeft zich altijd aan de rand van de geschiedenis meebewogen. Als nederzetting op de oude strandwallen was zij omringd door water en veen.

In de vroege Middeleeuwen liep de weg van de abdij van Rijnsburg en Oegstgeest, waar Willibrord in de 8e eeuw een kerkje stichtte, over de verhoogde veenweg de Oude Dam naar Warmond. Zo konden reizigers, en Willibrord wellicht, droge voeten houden in het natte veen.

Een aftakking van de Heerweg in het noorden liep over een veenweg, de Warmonderdam, van Sassenheim zuidwaarts door Warmond. Voor karren eindigde deze aftakking bij het voetveer over de Poel. Pas in 1637 werd het mogelijk via de nieuwe tolbrug met paard en wagen Leiden te bereiken. De Heer van Warmond hief aan beide kanten van zijn Heerlijkheid tol, bij de tolbrug en aan de Warmonderdam.

Maar vervoer met paard en wagen bleef verre van comfortabel. De ongeveerde rijtuigen ploegden zich geregeld door het rulle zand of het natte veen van de onverharde wegen. Soms was het zelfs te droog of nat om de weg te kunnen gebruiken.


Over Warmonds Water

In de jonge Republiek der Nederlanden ontstond vanaf 1600 al snel een netwerk van waterwegen, dat werd gebruikt voor het efficient vervoeren van personen en goederen.

Over de nieuwe trekvaart tussen Leiden en Haarlem passeerden meerdere trekschuiten per dag. Varen was in die tijd de veiligste en gerieflijkste, zij het een trage, manier van reizen.

Warmond is altijd goed bereikbaar geweest via het water. Ieder gezin had wel een bootje om aan te meren bij een van de vele dammetjes aan de Leede. Leidse kaas, boter en vee gingen per schip naar de markt in Leiden of verder naar Haarlem of Amsterdam. Iedere dag vertrok een scheepje naar Leiden voor post en goederen voor de (welgestelde) Warmonders en iedere week voer een schip naar Amsterdam en Haarlem. Nu nog brengen de boeren hun koeien per schuit  naar de weilanden aan de overkant.

Pas in 1843 zou de Herenweg door Warmond worden bestraat. De meeste Rijkswegen werden toen ook verhard. Met de komst van de spoorlijnen en trams kwam er langzaamaan een eind aan het personenvervoer over het water. Op het water groeide de pleziervaart en vanaf 1910 ontwikkelt Warmond zich tot een belangrijk watersportcentrum aan de Kagerplassen.

 

Vakantie

De reformatie maakte een einde aan de populariteit van pelgrimstochten. De nieuwe trend werd de Grand Tour, de Groote Tocht.  Vooral in de Gouden Eeuw  trokken jonge aristocraten  voor studie, algemene ontwikkeling en plezier naar Italie en andere Europese landen.

In dezelfde tijd  bouwden rijke burgers buitenplaatsen buiten de stad om  in de zomermaanden de drukte en stank  van de stad te ontvluchten.  De grachten van Leiden waren feitelijk open riolen. Zo n prachtige buitenplaats had natuurlijke een keurige geometrische Franse tuin en een moestuin. Zo genoten de welgestelden de hele  zomer in hun buitenplaatsen en tuinen, als waren zij op  vakantie, een woord dat destijds nog niet bestond. Voorbeelden van dergelijke buitenplaatsen in Warmond zijn Oostergeest, Groot-Leerust en het Huys te Warmont.

In de 18e eeuw komt het moderne toerisme op. Naast de elite krijgen de rijkere middengroepen ook de middelen om een plaisir reisje te maken. Velen maken reizen door Nederland zelf. Favoriete reisbestemmingen waren toen ook al Frankrijk en later vooral Duitsland.

In de 19e eeuw groeit de kritiek op de standenmaatschappij. Tijdens de Bataafse Republiek en de Franse overheersing wordt de macht gecentraliseerd en de politieke macht van regenten en adel afgenomen. Eigendommen worden geconfisqueerd. Wanneer Warmond een gewone gemeente  wordt verliest ook de Heer van Warmond zijn Heerlijkheid en mede door de economische crisis in die tijd worden veel buitenplaatsen verlaten en afgebroken. Zo vielen in Warmond onder meer Schoonoord, Oud-Alkemade en Leevliet onder de slopershamer.

Met de industrialisering in de steden proberen de rijken wederom de drukke stad te ontvluchten. In deze tijd ontstaan ook de zogenaamde welzijnsvakanties, voor een gezonde vakantie ging je naar het Kurhaus in Scheveningen of de kuuroorden van Valkenburg of het Belgische Spa.

Vanaf 1910 wordt Warmond een watersportdorp. Velen komen zeilen of roeien  op de Kagerplassen. In 1918 wordt de eerste Kaagweek georganiseerd.

 

Als in 1919 een wet wordt aangenomen waarin het recht op een 40-urige werkweek en het vrije weekend wordt vastgelegd, en in 1928 de eerste arbeiders recht op vakantiedagen krijgen, trekken steeds meer Nederlanders er op uit. Zo wordt het op mooie dagen druk op het stationnetje van Warmond.

 

Met de jachthavens, zeilbootverhuur, eetgelegenheden en hotels aan het water, is Warmond een echt recreatiedorp geworden.

Na de oorlog wordt ook het buitenland bereikbaar voor de gewone man. Met de eigen auto, kamperen en chartervluchten maken reizen betaalbaar. Het hart van Warmond verliest iets van zijn toeristische glans. Het stationnetje, pensions, hotels en restaurants verdwijnen. Maar aan de rand van Warmond bloeit het kampeertoerisme op. Zo telt Warmond vandaag de dag zo’n 15 (boeren-) campings.

 

Priesters en Missiereizen

 

In de 19e eeuw konden de Katholieken zich emancipeerden en in een eeuw tijd verdrievoudigde hun aantal. Ze zetten in Warmond hun eigen Noord-Nederlandse priestersopleiding op. Bekende professoren waren de Chedeville en baron van Wyckerslooth.

 

17 bisschoppen bracht het Groot-Seminarie wordt, waaronder 2 kardinalen. De meeste studenten werden kapelaan en vervolgens pastoor. Later zouden veel priesters zich aangetrokken voelen tot het missiewerk en zich over de wereld verspreiden.  

Met de kolonialisering kwam ook de missie in verre streken op gang. Priesters volgden naar Indië, Afrika en Suriname. De missie werd door de paus van groot belang geacht en zou uiteindelijk uitgroeien tot de op een na grootste van de wereld (na België), met zijn hoogtepunt in 1920. In 1940 waren er meer dan 6000 missionarissen. Vroeger ging het echt om “zieltjes winnen”, zoals de bekering werd genoemd. Later lag de nadruk meer op zorg, onderwijs en landbouw.

 

Na terugkomst uit de missielanden konden de priesters, nadat de priesteropleiding in Warmond in 1967 was opgeheven, hun laatste jaren doorbrengen in kloosterbejaardenoord Mariëgaerde, in het Seminariegebouw waar zij misschien eerder waren opgeleid. Op de gangen hingen lange tijd de foto’s en schilderijen uit exotische oorden als aandenken aan hun leven voor de missie.

 


Bertus Aafjes en Maarten  t Hart

 

Wie reist leeft dubbel. Hij beweegt van binnenuit, maar hij beweegt ook van buitenaf  schreef Bertus Aafjes, priester- student te Warmond die, na zijn voetreis naar Rome in 1946, twijfels kreeg over de katholieke kerk met haar geboden en verboden en vooral naar de landen rond de Middellandse Zee reisde. Hij schreef daar meer dan 20 reisboeken over. Niet vreemd voor iemand die zegt: De prettigste plaats in Nederland is de grens.

 

Hoe anders is dat voor de Warmondse schrijver Maarten t Hart. Hij schreef: Als schrijver, zo hoopte ik, zou ik met mijn medemensen kunnen communiceren zonder daarvoor het huis uit te hoeven. Vanuit mijn zolderkamer wilde ik de mensheid bestoken met mijn verhalen, mijn ideeën, mijn opvattingen. Op diezelfde kamer wilde ik kennisnemen van de verhalen van schrijvers en dichters uit lang vervlogen tijden. In zijn boek Dienstreizen van een thuisblijver vertelt hij over de verplichting om als schrijver te reizen, om te signeren, voor te dragen en te verschijnen op Buchmessen en bookfairs. Als je dood bent, hoef je goddank nooit meer op reis.

 

1.     Klaas Hennepoelmolen of t Poeltje

 

Deze kleine poldermolen uit 1787 had oorspronkelijk een vijzel, een soort waterschroef, om het water 2 meter op te pompen. Na jaren van verval is de molen in 1996 gerestaureerd.

 

2.     De Klaas Hennepoelwerf   

 

Onder leiding van scheepmaker Alexander de Vos komt hier een traditionele scheepstimmerwerf tot stand. De historische werf gaat met behulp van oude technieken, tekeningen en schaalmodellen, schepen uit vroeger tijden (na)bouwen.

Alexander leidt u graag rond om uitleg te geven. Ook kunt u hier informatie krijgen van het Natuureducatiecentrum Oegstgeest. Tevens zijn hier wollen producten te zien van de schapen uit de Klaas Hennepoelpolder.

 

 

3.     De Leidse vaart of Haarlemmertrekvaart

 

De Haarlemmertrekvaart is in 1657 gegraven in  8 maanden tijd door meer dan 1000 gravers. Tegelijkertijd werden 16 bruggen en  het jaagpad aangelegd. De kosten van de bijna 30 kilometerlange vaart bedroegen voor Leiden en Haarlem samen “twee tonne gouts”. Door aan beide eindpunten tol te heffen, werd de exploitatie rendabel. Na Halfweg wordt de vaart de Leidse trekvaart genoemd.

Het riviertje de Mare is het begin van het Leidse deel en hoefde destijds slechts verbreed te worden. In 1677 werd het recordaantal van 148.000 reizigers vervoerd. De totale reis duurde zo’n 4 tot 5 uur. Niet snel, maar efficiënt en betrouwbaar.

 

De Maredijk, de weg van Leiden naar kasteel Poelgeest en Warmond, nu aan het oog onttrokken door de vele woonschepen en plezierjachtjes,  vormde hier het jaagpad, waar de paarden of mensen liepen, die de schuiten trokken. Tot 1880, bij de komst van de tram, is de trekvaart nog gedeeltelijk in gebruik geweest en tot 1942 moesten passanten bij het Leidse tolhuis tol betalen. Het Haarlemmertolhuis is afgebroken, maar het Leidse tolhuis, de poort en de stallen staan nog fier overeind, even verderop aan de trekvaart.

 

4.     De Warmonder tol

 

Voordat de Heer van Warmond, Jacob van Wassenaar, hier in 1637 een stenen brug bouwde, was Warmond in het zuiden slechts met een voetveer te bereiken. Pas met de komst van de brug werd de Herenweg richting Leiden ontsloten. De Heren van Warmond hieven al gedeeltelijk tol bij het voetveer samen met kasteel Abspoel, in het bezit van de abdij van Rijnsburg, dat de Oegstgeester kant van de tol controleerde. Later kwam het recht op tolheffing volledig in Warmondse handen. Dit vormde een aardige bron van inkomsten voor de Heren.

De brug was al snel te laag voor trekschuiten en werd op kosten van Leiden en Haarlem verhoogd. Toen de Vrouwe van Warmond in 1843 extra tol ging heffen vanwege haar hoge kosten voor de bestrating van de Herenweg, werd er wel erg veel gevraagd van reiziger door Warmond. In 1902 kocht de Hagenaar Leenen de tolrechten en de uitspanning bij het Warmonderhek. Uiteindelijk werden de rechten pas in 1953 afgekocht en de tol in 1954, precies zestig jaar geleden, opgeheven. De oudere Warmonders herinneren zich nog goed hoe zij via de Oude Dam, lopend of met de fiets, de tol omzeilden om niet te hoeven betalen. Op het tolhek, dat door de brede weg niet meer gesloten kan worden, prijken de wapens van de Warmondse Heren van Limburg Styrum en van der Woude. Dit laatste werd het gemeentewapen, blauw met een zilver kruis.

 

5.     Het verdwenen stationnetje, het spoor en de Padoxbrug

 

In 1842 werd de Oude Lijn van Haarlem naar Leiden geopend, de tweede spoorlijn van Nederland. Warmond kreeg in daarmee een halte en in 1864 een stationnetje. Het stationnetje is in de jaren voor de oorlog van groot belang geweest voor het watertoerisme. Er reed zelfs een “koffertax” van het station langs jachthavens en logementen. Ook de priesterstudenten kwamen met de trein, maar werden opgewacht door schooljongens, die graag voor een paar centen hun koffers wilden vervoeren naar het Groot-Seminarie, in karretjes (achter hun fietsen). Honderd jaar later is het stationnetje gesloten en in 1960 afgebroken. Alleen restaurant het Stationskoffiehuis herinnert nog aan de tijd, dat Warmond per spoor bereikbaar was.

 

Warmond heeft de twijfelachtige eer de plaats te zijn van het eerste dodelijke treinongeluk van Nederland. In 1843 reed een locomotief van de rolbrug over de Leede, omdat deze niet goed gesloten was. Hierbij vond een medewerker de dood. 

 

In de Tweede Wereldoorlog hebben Engelse jagers meerdere malen gepoogd de spoorbrug te bombarderen, om zo Duitse vervoer over de spoorlijn plat te leggen. Huizen lopen flinke schade op, mensen raken gewond en de fabriek van houthandel Padox wordt getroffen, maar de brug blijft ongedeerd.

 

 

 

6.     Kasteel Lockhorst of Oud-Teylingen

 

 

Hier op de locatie van Jachthaven Lockhorst lag ooit een van de vele kastelen van Warmond, kasteel Oud- Teylingen of Lockhorst, gesticht door ridder “oude Symon” van Teylingen, broer van Dirk. Van het kasteel en zijn prachtige tuin en lanen is weinig terug te vinden. Later stonden hier de kalkovens van Warmond.

 

7.     De Koudenhoorn Brug

Deze klapbrug heeft een oud aanzien, maar is net nieuw en gebouwd voor een bedrag van 874.000 euro door Groot Lemmer uit Heerenveen.



10.            Buitenplaats Vroenhof                                                            

Buitenplaats Vroenhof is in 1865 gebouwd in eclectische stijl in de overplaats van de oorspronkelijk 17e eeuwse buitenplaats Ruimzigt. De tuin van dit rijksmonument werd in Engelse landschapsstijl aangelegd. In de tuin  bevinden zich een oranjerie, een tuinmans-woning, de oude tuinmuur en restanten van  kassen.  Vermeldenswaardig is een aantal bijzondere bomen waaronder zeer grote exemplaren van catalpa, hulst, moerbei en slipbladige walnoot. Het huis heeft het recht op vrij uitzicht over de gemeentehaven behouden, vastgelegd in een servituut van erfdienstbaarheid. 

11.            Boerderij Meerrust                               (Dorpsstraat 5a)

Deze boerderij is genoemd naar de gelijknamige buitenplaats Meerrust, die ten noorden van de boerderij lag. De boerderij heette eerst Vredelust en heeft later de naam van de afgebroken buitenplaats gekregen.  Tijdens de opkomst van het watertoerisme begin 20ste eeuw werd in de boerderij een restaurant gevestigd. Vele beroemde Nederlandse jazzmuzikanten en andere artiesten hebben hier op zaterdag opgetreden op de bekende dansavonden. Ook dronken prinses Juliana en prins Bernard hier wat aan de waterkant tijdens hun verlovingsuitje over de Kaag. Thans restaurant de Moerbei.

 

12.            Verdwenen scheepswerf van Schakenbos (Scheepmakersdam)

 

Scheepswerven

 

De meeste scheepswerven rond de Kaag ontstonden in de 17de eeuw. De grote Rijnschepen, die groente en fruit naar Duitsland vervoerden, de pramen voor het overzetten van de koeien en de kleinere schuitjes werden hier gebouwd. Vrijwel iedere Warmonder zal de beschikking hebben gehad over een schuit of schuitje. De dammetjes dienden voor het laden en lossen. In Warmond waren in de 17de eeuw zeker 7 werven, waaronder de latere werf van Schakenbos. Toen de vraag naar ijzeren schepen toenam, verdwenen de meeste werven. In de 20ste eeuw resteerden slechts jachtwerf de Leede tegenover het park Groot Leerust en de werf van Schakenbos, waar toen voornamelijk nog pleziervaartuigen (Solo’s) werden gebouwd.

 

13.            Huis Helioager                

Dit huis dateert uit het begin van de vorige eeuw en is een van de laatste ontwerpen van architect Co Brandes. Hij was een van de bekendste  architecten van de Nieuwe Haagse School, de luxueuzere variant van de Amsterdamse school. Veel huizen zoals villa Maarheeze (aan de Rijksstraatweg), luxe woongebouwen en scholen in Wassenaar en Den Haag zijn van zijn hand.

14. Buitenplaats Middendorp

Middendorp is gebouwd op de locatie waar eerder in de 16de eeuw een bieropslagplaats was. Dit rijksmonument, een eenvoudig landhuis met dienstklokje op het dak, stamt tenminste  uit 1781 en werd later bewoond door de kenner van de historie van Warmond, William Machen.

 

Daarna heeft het dienst gedaan als een prima Indisch Restaurant tot 1962 ( Middendorplaan 12).

 

 

15.            Buitenplaats Zijlzicht

Deze buitenplaats is waarschijnlijk gebouwd in 1742. Hier woonde in de 19de eeuw vice-admiraal Hendrik Rijsterborgh (Herengracht 15). 

16.            Boerderij Mijn Ouders Wens

 

Deze boerderij is een goed voorbeeld van een zogenaamde vaarboerderij (Dorpsstraat 87).

 

Vaarboerderijen

De boerderijen in Warmond stonden in het dorp en langs de Leede. De weilanden lagen echter aan de overkant in de veenpolders. De boerderijen worden dan ook vaarboerderijen genoemd. ´s Winters staan de koeien warm op stal en in het voorjaar maakten zij hun korte reis op  platte schuiten naar de weilanden in de polder Nu nog worden de koeien per schuit overgezet.

 

17.   

Paviljoen de Leede

Dit huis met prachtig inpandige botenhuis, is in 1917 gebouwd door de Rotterdamse fabrikant Cornelis Antoniszoon Diederik. Vanaf 1921 deed het een tijd dienst als hotel-restaurant (Dorpsstr. 91).

In de decennia voor de oorlog werd Warmond een echt watersportdorp. Aan het water kon je eten bij goede restaurants. En op het water krioelde het van de zeilboten en houten motorjachtjes. De vele jachthavens stammen ook uit deze tijd.

 

18.    Buitenplaats Groot Leerust  

 

In de achtertuin van buitenplaats Groot Leerust staat  de karakteristieke theekoepel die dateert uit 1817. De tuin is aangelegd in Engelse landschapsstijl en is nu een openbaar park. Het classicistisch herenhuis dateert uit 1717 en kreeg met een nieuw voorhuis in 1844 zijn huidige aanzicht. Ooit woonden hier de Gouverneur Generaal van Nederlandsch Indië, Johannes Siberg en twee burgemeesters van Warmond (Burg. Ketelaarstr.1).

19.            De Zwanburgermolen 

Deze ronde grondzeiler is door de Warmondse molenmaker Simon Paddenburg gebouwd in 1805. De molen bemaalde de 233 ha van de oorspronkelijke Zwanburgerpolder, voordat deze deels werd vergraven tot ’t Joppe. Om naar de molen te komen, heeft men een bootje nodig. Door het sluisje kan men met de schuit verder de polder  in. Deze molen staat op de monumentenlijst. De molenaars leiden u graag rond,

 

20.            De Nieuwe Hofmolen

 

Op deze plaats draaide al een molen in 1615. De oude Hofmolen, die de Hofpolder bij het kasteel bemaalde,  is tijdens de hongerwinter van ‘44/’45 in de kachel verdwenen. De huidige molen is eigenlijk de Veermolen uit de Veerpolder, die in 1981 is verplaatst. Deze wipmolen uit 1859 is een rijksmonument.

21.            ’t Sonnehuys

 

Dit rietgedekte vakantiehuis met botenhuis vormt een gaaf beeld van de opkomst van het watertoerisme rond de Kagerplassen aan het begin van de 20ste eeuw. Het rijksmonument is opgetrokken in Engelse landhuisstijl         met  verscheidene boerderij-elementen. Omdat het huis feitelijk op het eiland van de Hofpolder ligt, is het alleen per boot bereikbaar.


    

 

22.            Het Huys te Warmont   (Burg.Ketelaarstraat 31)

 

Op dit kasteel woonden de Heren van Warmond. Zij waren heer en meester van Warmond. Het kasteel bestond al in 1362, toen Jacob van den Woude het in leen kreeg. Het werd meerdere malen in brand gestoken, voor het laatst tijdens het beleg van Leiden. Heer Johan van Duvenvoirde, Heer van Warmont, was destijds vlootvoogd van de Republiek. De huidige aanblik in Lodewijk de XVI stijl stamt uit 1774).

Het omringde bos met eeuwenoude bomen is vrij toegankelijk. Het 23 ha grote landgoed  wordt beheerd door het  Zuid Hollands Landschap.

23.           Lakermolen

 

Deze poldermolen uit 1818 heeft een heel opmerkelijke geschiedenis. In 1821 werd de molen bij wijze van experiment bekroond met een horizontaal wiekenstelsel, heel futuristisch, waardoor de molen een beetje op een helikopter in de polder moet hebben geleken. De wieken stonden daardoor altijd op de wind, maar moesten wel tegen de wind draaiend automatisch neerklappen. Dat goed werkende mechanisme was echter dusdanig kwetsbaar en slecht te smeren, dat in 1830 het horizontale wiekenwiel werd vervangen door een gewone verticale.

 

24.           De starttoren en de Kaagsociëteit

 

De starttoren uit 1921 is een van eerste bouwwerken van gewapend beton in Nederland en samen met de sociëteit van Koninklijke Watersportvereniging de Kaag een rijksmonument. Ook kunt u hier de Rond- en Platbodemwedstrijden met deels monumentale zeilschepen bijwonen.

   

25.            Jan Steenhuis       (Jan Steenlaan 36)

Lange tijd heeft men gedacht, dat Het Jan Steenhuis uit 1611 een aantal jaar bewoond is geweest door de beroemde schilder Jan Steen. Nu is zeker dat hij aan de overzijde heeft gewoond. Hij heeft een aantal bekende schilderijen over Warmond geschilderd, zoals De Kermis te Warmond (1676) en De Hoenderhof (1660). Jan Havicksz.

Steen was een schilder van historiestukken en genrestukken met een moraliserend boodschap. Schilderijen met etende, drinkende en feestende mensen  bevatten grappige waarschuwingen tegen overdaad en wellust die de kijker pas in tweede instantie opvallen;

                                

26.            Buitenplaats Vroenhof en tuinen (Herenweg 52)

 

Buitenplaats Vroenhof is in 1865 gebouwd in eclectische stijl in de overplaats van de oorspronkelijk 17e eeuwse buitenplaats Ruimzigt. De tuin van dit rijksmonument werd in Engelse landschapsstijl aangelegd. In de tuin  bevinden zich een oranjerie, een tuinmans-woning, de oude tuinmuur en restanten van  kassen.  Vermeldenswaardig zijn een aantal bijzondere bomen waaronder zeer grote exemplaren van catalpa, hulst, moerbei en  moerbeien en slipbladige walnoot. Het huis heeft het recht op vrij uitzicht over de gemeentehaven behouden, vastgelegd in een servituut.

 


http://www.warmelda.nl/images/loading.gif

27.            Eclectische huizen          (Herenweg 47 t/m 63)

 

Dit rijtje huizen dateert van 1907. Rechts een voorbeeld van de chaletstijl. Daarnaast staan huizen met neo-renaissance details.  Helemaal bijzonder is het huis met de Korinthische zuilen, een en al eclecticisme: meerdere bouwstijlen door elkaar.  Het schijnt dan ook, dat de huizen gebouwd zijn door een lokale bouwer met onderdelen van oude huizen en buitens uit Den Haag.

28.           De Matthiaskerk 

 

Deze RK kerk is als drie-beukige kruiskerk in 1858-’59 door architect Theo Molkenboer gebouwd.  Hij was tevens architect van de Hartebrugkerk ook wel “Coelikerk” te Leiden. Deze kerk is veel te groot voor het kleine Warmond, maar was destijds mogelijk bedoeld als oefenruimte voor de studenten van het seminarie. Zij is gebouwd in  Neo-Romaanse stijl, net als de Waterstaatsstijl behorend tot het Eclecticisme. In de kerk zijn fraaie misgewaden, voorwerpen van de eredienst, een oude communiebank en mooie glas-in-loodramen te bewonderen. De schilderingen zijn nog origineel.

 

29.            Het Oude Raadhuis        (Dorpsstraat 36)  

 

De macht in Warmond lag zoals gezegd in handen van de Heer van Warmont, van oudsher woonachtig op het Huys te Warmont. Deze macht verloor de Heer van Warmond in 1848 en met hem de gehele adel. De zelfstandig bestuurde gemeente Warmond was een feit. In 1867 verhuist het dorpsbestuur van herberg de Stad Rome naar dit bescheiden raadhuis naar ontwerp van architect J. van Lith. Onder de raadzaal (links) en de kamer van de ambtenaren (rechts) kwamen twee politiecellen. Nu is dit een galerie met dezelfde naam en kan je hier trouwen.

30.           De Schoolmeesterswoning      (Dorpsstraat 38)  

 

De school en de schoolmeesterswoning uit 1861 zijn ontworpen door architect Th. Molkenboer en  hebben verschillende neogotische details. In de woning bevindt zich Galerie de Pomp. In de kelder van de galerie vindt u nog een zeer oude put.

 

31.            De Pomp

 

De mooie hardstenen dorpspomp werd in 1871 op het plein geplaatst. Heel mooi, maar helaas bleek al snel, dat het water te vies was voor gebruik. Wel komt er nu veel frisser water uit wanneer men pompt.

 

32.            De Oude School               (Dorpsstraat 40)


Deze lagere school uit 1861 bestond uit een ruimte voor alle klassen, maar met de komst van een katholieke en een protestantse school werd de openbare school gesloten en omgevormd tot gymlokaal.  Het was toen blijkbaar te vroeg voor een brede school. Thans restaurant.

 

33.            Protestantse Kerk          (Herenweg 82)

 

Deze sobere kerk vervangt de kerk in het koor van de ruïne van oude St. Matthijskerk en dateert uit 1873-’74. De kerk en pastorie (uit 1868), beide rijksmonumenten, zijn respectievelijk ontworpen door dorps-timmerman  A. v.d. Wilk en architect van Lith. De kerk is gebouwd in de eclectische Waterstaatstijl met enkele neogotische elementen. Het Lohmanorgel dateert uit 1843. Regelmatig worden hier prachtige concerten gegeven door het  Monward Consort. (Monward is een anagram van  Warmond, bekend uit Lotte Weeda van Maarten ’t Hart).

34.            Bloemlust of Het huis van Machen              (Dorpsstraat 68 en 70)

 

Deze witgepleisterde herenhuizen dateren uit de eerste helft van de 18de eeuw of eerder. De dakomlijsting bevat motieven in Lodewijk de XVIde stijl. In het rechter huis woonde de beroemde Warmondse huisarts Machen. Hij introduceerde de bollenteelt in Warmond  en heeft veel betekent voor het verenigingsleven in Warmond eind 19de eeuw.

 

35.            Dorpsstraat 69 en 71

 

Deze dwarsgeplaatste en witgepleisterde huizen dateren uit de 18de eeuw. De eerste bakkerij van Oudshoorn, later verhuist naar nr. 67, opende hier de deuren al in 1746. Een gevelsteentje boven de deur verklapt dat dit ooit de bakkerij was.

 

36.            Het Oude Postkantoor  (Dorpsstraat 73)

 

Dit 18e eeuwse gebouw was van oudsher het huis van de baljuw-schout. De Heerlijkheid Warmond viel onder het gezag van de Heer (de ridder) of Vrouwe van Warmond, die woonde op het Huys te Warmont (het kasteel). De baljuw-schout werd door hem belast met de rechtspraak in het dorp en was tevens vaak notaris. In 1891 werd het pand in gebruik genomen als postkantoor. 

37.            Landgoed Oostergeest                         (Laan van Oostergeest 1)

Eenvoudig streng-classicistisch landhuis uit 1651 en 1667 met koetshuis en ooievaarsnest (tuin toegankelijk tegen betaling)

38.            Ruïne van de St. Matthijs kerk

 

Tussen 719 en 1049 werd hier al een kapel gesticht,  gewijd aan St. Matthias. Van de 15de eeuwse kerk rest slechts een ruïne met toren. In de ruïne bevinden zich de (zeer) oude graven. In het koor kerkten de Protestanten tot 1874.

 

 

 

39.            Voormalig Groot-Seminarie    (Mgr. Aengenentlaan 1 en 3)

 

Eerste Rooms-Katholieke Groot-Seminarie van Noord-Nederland. Het hoofdgebouw met torentje stamt uit 1821 en de linker- en de rechter vleugel zijn uit 1844. Het complex is nu een verzorgingshuis Mariënstaete en een verpleeghuis Mariënhaven

 

40.            Boerderij Oudershoeve                       (Dorpsstraat 89)

 

Deze boerderij uit 1885 is een zogenaamde vaarboerderij met land in de polder  aan de overkant. Met haar rijke detaillering en gave staat is dit rijksmonument een goed voorbeeld van een langhuisboerderij uit die tijd.


http://www.warmelda.nl/images/loading.gif

41.            Hotel de Zon

Hotel de Zon dateert uit het begin van de 19e eeuw. De familie Papot, bekend van de kaarsenmakerij, was hier vele decennia de eigenaar. Het huidige Hotel de Zon is in 1910 gebouwd, aan het begin van de opkomst van het watertoerisme in Warmond. Niet veel later, in 1923, kreeg het hotel een extra verdieping.
 

42.            De voormalige fietsenmakerij

 

De familie van Hulst was van alle markten thuis en past daardoor prima in het thema Op reis. Zij waren/zijn immers de eigenaren van het Wapen van Warmond, de Rederij van Hulst, bekend van de rondvaartboten en van rijwielhandel van Hulst, tegenwoordig terug te vinden in Leiden en Oegstgeest.

 

43.           De Voormalige Kaarsenmakerij

Kaarsenmakerij Papôt maakte sinds 1856 kaarsen voor  katholieke kerken en het seminarie in Warmond. De eigenaar leidt u graag rond door de oude werkplaats en het kleine museumpje en kan u veel vertellen over vroeger).

44.            Buitenplaats Groot Leerust    (Burg. Ketelaarstr. 1)

 

Het classicistisch herenhuis Groot Leerust dateert uit 1717 en kreeg in 1844 zijn huidige aanzicht. Het is ontstaan uit een boerderij. Ooit woonden hier de burgemeester en de Gouverneur Generaal van Nederlandsch Indië. Het heeft een Franse voortuin (zie verder vaartocht nr. 5). 

45.            Boerderij de Burcht       (Burg. Ketelaarstr. 25)

Deze witgepleisterde boerderij van het langhuistype behoorde toe aan het kasteel. Het dateert uit het midden van de 17de eeuw. De jaarlijkse weidegang van de koeien per schuit naar de overkant van het water was ieder jaar een speciale  gebeurtenis. Een groep enthousiaste Warmonders maakt zich sterk om dit rijksmonument in ere te herstellen.

46.            Het Huys te Warmont               bos vrij toegankelijk (Ketelaarstr. 31)

 

Op dit kasteel woonden de Heren van Warmond. Het kasteel bestond al in 1362, Jacob van den Woude wordt in die tijd als kasteelheer genoemd. Het werd meerdere malen in brand gestoken, voor het laatst tijdens het beleg van Leiden, toen de Spanjaarden bij het verlaten van het kasteel het brandend achterlieten. Heer Johan van Duvenvoirde was destijds vlootvoogd. Als bouwmateriaal voor het nieuwe kasteel werden o.a. stenen van de twee verwoeste kloosters gebruikt. De vroegere Heren hadden immers de kloosters van grond en goederen voorzien. De huidige aanblik van dit rijksmonument in Lodewijk de XVI stijl stamt uit 1774. Een kleinere versie staat in Madurodam.

Het comité ‘Open Monumentendag Warmond’

 

Eppo van Bolhuis

Henk van der Geest

Henny Langenberg

Cees Papôt

Ruud van der Loos

Anja Schrage

 

Met dank aan Historisch Genootschap Warmelda, Mathieu Fannee, Marjan Schavenmaker, Jan Versluijs, Fred Kool senior en de schippers van de Heere Schouten.

 

Verder bedanken wij de Schippertjesdagen, Meine Dijkstra van KWV de Kaag, Garage van Dijk, de VVV  en alle anderen die ons hebben geholpen.