Ganzeninformatie: De sierlijke vlucht van de grauwe ganzen is adembenemend!

 

           

Figuur  SEQ Figuur \* ARABIC 1 Grauwe ganzen in vlucht.

 

            Ganzen: Bruine ganzen: Grauwe gans, kolgans, rietgans, kleine rietgans. (Anser ganzen)

                          Bonte ganzen :  Brandgans, rotgans.                                             (Branta ganzen)

                          Zeldzaam       :  Dwerggans, roodhalsgans, sneeuwgans.

                          Verwilderd     :  Canadese gans, Indische gans, Nijlgans (Casarca/bergeend).

 

     De oudste informatie over ganzen dateert van 4000 jaar voor Christus.

     Zeer bekend is hun waakzaamheid op het Capitool in Rome (390 v Chr.)

     De rondzwervende boerenganzen mengen zich weer middels paarvorming met

     hun historische voorouders, de grauwe ganzen.

     -    Het geluid van de gans komt onder uit de luchtpijp, waar een klankkamer                    

          is die de naam syrinx draagt. Onderling herkennen zij elkaars geluiden.

-         De lichaamstemperatuur van een rustende/actieve vogel is 38/40 graden.

-         In de maag liggen steentjes en zand  in de wand om voedsel te vermalen.

-         Gans werd op 29/9 (St. Michael) of 11/11 (St. Maarten) in Engeland gegeten, om de vruchtbaarheid van vee/akker af te roepen van de goden.

-         In Engeland zijn er negen van de grauwe gans afgeleide rassen gefokt.

          De ganzenwereld kent in het Latijn de ganzengroepen: Anserini- en Branta-.

-         Van vele ganzensoorten komen variaties voor in grootte en uiterlijk.

-         Het skelet van de ganzen vormt ongeveer 10 % van het lichaamsgewicht.

-         Het zweven van de vogels is het gevolg van stijgdruk aan de onderzijde

van de vleugel, als gevolg van een bolle bovenzijde van de vleugels. 

-         (Indische)-Ganzen kunnen op grotere hoogten in strenge koude vliegen

door een groter hart, sterke longen en beperkt vochtverlies.            

-          De Branta-ganzen zijn voornamelijk zwart en wit of grijs in de kopstreek.

-          Er is geen duidelijk verschil tussen een mannetjes of vrouwtjes gans.

-    Bovendien zijn bij deze groep snavel en poten zwart. De rest van de ganzen is     -    grijs en bruin van kleur en behoren tot de –Anserganzen-groep.

-    Wel is elke gans te determineren aan een eigen varen kleurenpatroon.

-         Ganzen landen liefst bij een groep, ze verwachten veiligheid, groepszoem.

-         Op de Waddeneilanden wordt onderzoek gedaan naar de meest geschikte gronden voor de ganzen om in de wintermaanden te foerageren.

-         Soms jaagt een gent (mannelijke gans) andere ganzen weg, om een ruimer voedselgebied voor zijn vrouwtje beschikbaar te krijgen. De mate van gevoed zijn is bepalend voor de broedresultaten van het ganzenpaar.

-         Ganzen kunnen onderling hevige gevechten voeren. De verliezer kiest er soms voor om zich over te geven door op de rug te gaan liggen en zich stil te houden. De Canadese gans heeft een agressief karakter, evenals de nijlgans.

-         Er zijn drie verschillend gefokte groottes voor de Canadese gans.

-         Ganzen zijn gevoelig voor turbulentie in lucht en water. Zij voelen de sterke veranderingen vooraf aan en reageren daar op, door b.v. neer te strijken.

-         Klaarblijkelijk beschikken ze hiervoor over speciale receptoren.

-         Men noemt die sensoren/receptoren, de lichaampjes van Herbst.

-         Watervogels hebben een olieachtige stof op de kegelcellen van het netvlies.

-         Dat doet blauw licht polariseren en elimineert kaatsend zonlicht op water.

-         Een goed werkend oog is belangrijk. Bij een spreeuw 15% van lich.gewicht.

-         Het communicerende evenwichtsorgaan, gevuld met vloeistof, bevindt zich

-         in het achterhoofd en aan de zijkanten van de schedel van de ganzen.

-         De vlucht van ganzen in lijn of V-vorm is zeer rendabel. Normaal maakt een gans ongeveer 90 vleugelslagen per minuut. In de V-linie ongeveer 60.

Daarbij zijn de vliegsnelheden tussen de 60 en 90 km/u.

-         Vliegen kost ganzen slechts 10% meer energie, als zwemmen of lopen.

-         Het formatievliegen levert nog eens 25% extra energiebesparing op.

-         Zicht, gehoor en geluid maken zijn goed ontwikkeld. Zij kunnen minder gebruik maken van reuk, smaak- en tastzin.

-         Oudere ervaren ganzen wijzen de weg tijdens de lange trektochten.

-         Ganzen verwisselen van voedingsgebied en keren na enkele dagen terug.

-         Grote grazers zijn gunstig voor jong voedzaam kort gras voor de ganzen.

-         Vroeger werd de ganzenveer gebruikt door imkers om bijen weg te vegen.

-         In laboratoria werden risicodragende stoffen gemengd met een veer.

-         Ganzen beschikken over ongeveer 20.000 veren, een mus over 1500.

Het aantal veren kan zomers opvallend minder zijn bij veel vogels.

Zwanen kunnen zelfs komen tot een verenpakket van 25.000 veren.

-         April/mei: Kikkers zoeken het water als het gaat regenen.(Paddenbanen).

-         Muggen dansen en paren. Vlucht van de meikever. De koekoek roept.

-         Bloei van meidoorn, sering en rododendron. Gele lisdodde in bloei.

-         Bloeiperiode moerasorchis (koekoeksbl.-pinksterbl.-smeerwortel).

-         Ganzen zijn meestal monogaam voor het broedsel en voeden de jongen in een groep op.  Ma broedt, pa waakt en houdt toezicht.Vliegklaar na 8/10 weken.

Het nest is vooral gevormd uit biezen, lisdodde bladeren en rietstengels.

De ganzen broeden over het algemeen in ruime kolonies.

Ze broeden het liefst met een vrij uitzicht, liefst richting watergebied.

De moedergans verlaat het nest een enkele keer om wat te drinken en

met haar veren en snavel de bebroede eieren te keren en vochtig te maken.

Liefst een drassig gebied met elzen, essen en wilgenbosjes in de buurt.

Om de onderlinge banden te verstevigen, voeren genten regelmatig een kalmeringsceremonie (triomfroep) uit. Jonge ganzen nemen het snel over.

Zuid Amerikaanse halfganzen en spiegelganzen zijn agressiever in gedrag.

-         Vogelmuur/vogelmelk. Tureluur/grutto. Ganzenvleugels van 35/+50 cm. Kievit/scholekster. De veldleeuwerik wordt zeldzamer. (Witte)kwikstaart.

-         Gans: Grieks huisdier (Odyssee/Ithica/Penelope).  Eimaat: 75/85 mm.      

-                   Romeinen: honing, melk en bloem: paté de foie. Capitool/boerderij.

-                   In 1417 vaardigde Hendrik van Engeland een wet uit waarbij van

-                   elke Engelse gans 6 veren geplukt mochten worden, om te dienen

               als stabilisatoren op de pijlschachten van de Engelse boogschutters.

               De Engelsen waren in een langdurige oorlog met Frankrijk.

-         St. Maarten (11 nov.) werd gevonden in een schuur met snaterende ganzen, toen hij probeerde  te ontkomen aan een benoeming tot bisschop van Tours.

     Paarvorming na 1,5 jr. Eerste nest 4/5 jr. Eiaantal: 3/6 Grauwe gans 4/12.

     De meest benutte broedtijden liggen in de maanden mei en juni.

-    Meestal broedt het vrouwtje en houdt het mannetje de omgeving in de gaten.

          Soms bebroeden twee wijfjes hetzelfde nest. Kort afwezig in het water om 

          de buikveren, en daardoor de eieren, vochtig te houden. Dag 1 geen eten.

          De Canadese ganzen vertonen meer dan andere ganzen, lesbisch gedrag.

          De eieren blijken kan kleiner en minder jonge ganzen voort te brengen.

Gewenste broedtemp. 37,5/38 gr. C. en vochtigheid 45%. Na 25 dg. 70%.

Wanneer ganzen hun partner verliezen blijven sommige daarna alleen.

-         Gewicht: Krg. 2000,Gr.g. 3000 Rg. 3400 C.g. 4000 gr. Man + 250/500 gr.

-         Ganzentaal: gak 7- Akkoord met leefplek. 6 Kijken naar iets beters is gewenst. 5 Er dreigt gevaar, lopen met hals gestrekt. 4 Gevaar neemt toe, tempo lopen. 3 Vluchtalarm. 2 Paraat (kopschudden). 1 Vliegen. Gakgiengak:Lopend of zwemmend verplaatsen”. Tijdens grazen letten enige genten op omgeving. Vrouwtjes hebben een beetje uitgezakte buik (cloaca-eieren leggen/vetplooi).

-         De brandgans mocht op vrijdag! gegeten worden in de M.E. omdat men dacht dat hij ontstond uit een grote eendenmossel.  Vlees-eetexcuus?

-         Brandganzen broeden op Groenland- Ierland. (zomer/winter)

     Spitsbergen-Schotland(zomer/winter). Nova Zembla–West Europa(zo./wi.).

     Oudere brandganzen krijgen een gelige kop.

-         Grauwe ganzen vliegen 1200 km vanuit Noord Scandinavië. De brandganzen

-         leggen ongeveer 3200 km af, vanuit Nova Zembla, maar de rotganzen

-         vliegen in 1 keer zelfs 4500 km vanuit Noordwest Siberië naar Nederland.

-         De kolganzen hebben hun broedgronden in het noorden van Rusland.

-         De Noordse stern spant de kroon met twee keer per jaar een trektocht van

-         ongeveer 20.000 km. Per keer 2mnd onderweg. Spanwijdte ong. 40 cm.

-         Trekmaanden zijn vooral sept./okt.(naar Ned.) en mrt./apr.(naar N.Eur.)

-         Bij kou zoeken ze wat eetbaars op stukken bouwland.  Slapen op open water.

-         De Canadese ganzen komen hier maar voor in beperkte aantallen.

Zij komen voor in drie verschillende maten, door fokprogramma’s.

-         In Vlaanderen werd in 1973 het eerste nest vastgesteld van deze grote ganzen.

-         Inmiddels is het aantal Canadese ganzen toegenomen in Vlaanderen tot 500.

-         Soms paren Canadese ganzen met grauwe ganzen en brengen jongen voort.

-         Brandganzen broeden in groepen en gebruiken nesten jarenlang (mos, dons, gras, uitwerpselen.) Bij V-vorm/lijn/vliegen lossen ze elkaar gakkend af.

-         Ganzen kunnen op grote hoogte (9 km.)vliegen en bij lage temperaturen.

-         Indische ganzen zijn gesignaleerd boven de Himalaya op een hoogte van 9000 meter, bij 45 gr.C. onder nul. Sneeuwganzen gaan tot 1500 meter hoog.

-         Sneeuwganzen nemen hun jongen mee op een lange wandeling (soms 30 km.)

-         De jongen worden bejaagd door grote jagers, zeemeeuwen en vossen.

-         naar de weiden waar het eetbare jonge gras staat in de broedgebieden.

-         Een aantal ontsnapte Indische ganzen handhaaft zich als grootste Indische exotengroep van Europa, in het gebied tussen de grote Nederlandse rivieren.

-         Kolgans – Anser albifrons( 80% van de kolganzen overwintert in de Benelux).

-         Hun aantal ligt tussen 800.000 tot 1.300.000. Veel ganzen worden gevangen, tijdens de ochtendtrek naar de voedingsgronden. In Nederland gebeurt dat door ganzenflappen (slagnetten). Ze worden dan geringd door het aanbrengen van een zwarte nekband(NL.) of een plastic pootring.

-         In Friesland tref je regelmatig brandganzen en kolganzen in een groep bijeen.

     Grauwe gans – Anser anser/      Brandgans – Branta leucopsis.

-         Grauwe gans een wintergast in Nederland. Geen broed na 1909!!. Nu wel.

In 1978 nog, mochten ganzen bejaagd worden van 1 sept. tot 31 jan.

          Rotgans, brandgans en kleine rietgans waren toen al beschermd.

De grauwe gans heeft een rozerode snavel met witte nagel (eindvlek).

In het Engels noemt men de grauwe gans “grey lag”. “Lag” betekent in het

Engels “laat”. De grauwe ganzen vertrokken als laatste groep op trek.

De kleine rietgans overwintert  in een beperkt gedeelte van Friesland.

-         Gr.g. is voorouder van de boerengans, nestelt in ruige natte polderweiden.

 

 

           

Figuur  SEQ Figuur \* ARABIC 2 Het Joppe in rust.

          De paring is het meest succesvol in dieper water. Paringen op het land of                                       -         in ondiep water leveren over het algemeen minder ganzenkuikens op.

-         In (maart)april/mei nestelen de grauwe ganzen ganzen en leggen 4 tot 9 eieren. Jongen blijven enkele dagen in het nest en vliegen na acht tot tien weken.

-         De grauwe gans is nu zelfs ook standvogel geworden in de fraaie Oostvaardersplassen, Land van Saeftinghe, Friesland, Noordwest Overijssel, de Biesbosch, Muy en Geul op Texel, bij Tienhoven en rond De Kagerplassen.

Mogelijk ontwijken de blijvende ganzen de jacht op ganzen in Spanje.

-         Grauwe ganzen eten graag de knolletjes van de zeebies op de slikken.

Na de rui van de vliegveren eten ze graag zacht jong riet en de wortelkiem

van de lisdodde planten aan de oever. Ze moeten snel op krachten komen.

-         In de winter eten ze soms van pas ingezaaide granen de blaadjes op.

-         De rotganzen houden van zilte voedselgronden. Goed broedjaar in 2005.

-         De jonge rotganzen missen nog het witte kraagje van de volwassenen.                 ’s Nachts gaan rotganzen eten en zoeken garnalen, wormen en alikruiken.

-         Ze eten ook: gras, bladeren, algen, mos en wilgenkatjes.

-         Voor de trektocht moeten de ganzen goed opgevet zijn in de wammen.

-         De grauwe ganzen keren als eerste soms al terug in augustus. De brandganzen volgen in september. Rotganzen en kolganzen zijn er pas in oktober. De voedselsituatie heeft van sommige ganzen standvogels gemaakt. Er zijn minder redenen om te overwinteren in Spanje.

-         Ze eten vooral zeegrassen, wieren, zeesla, kweldergras, weegbree, zoutgras, wintergraan, voedzaam binnendijks gras.

-         Brandganzen overwinteren veel langs Hollands Diep en Haringvliet.

     Tot 1984 kwamen ze in Nederland niet voor als broedvogels. Onder

     invloed van ontsnapte park- en tuinganzen kwamen ze wel tot broeden.

     Ze broeden bij voorkeur in moerasbos, rietkragen of schraal weiland.

-         Kolganzen en rietganzen trekken wel samen op, ook bij formatievliegen.               In de zomer verblijven kolganzen op de toendra’s van Noord Rusland.

     Met de grauwe ganzen, verblijven kol- en rietganzen veel in de Biesbosch.

     Rustig groot open water wordt benut als slaapplaats door de ganzen.

     In januari en februari is het verblijf massaal, in afwachting van de grote

     trek naar de noordelijke broedgebieden. Niet alle ganzen trekken weg.

-         Dwerggans: oranje snavel en poten.  Kl. Rietgans: roze snavel en poten.

-         Kleine rietgans – heel druk.  Kolgans(voorhoofd witte vlek) – rustig.

-         De vlekken op de borst bij de kolgans zijn per vogel anders.

-         Rotgans(Branta bernicla) heeft geheel zwarte kop met halsstreepje.        

-         Ganzen zoeken o.a. als ruiplek(veiligheid) de kust voor Gaasterland/Fr.

Na de broedperiode laten ze vleugel- en staartveren in een keer los.

Ze zijn dan enige weken wat zwakker en kwetsbaar. Proteïne nodig, liefst uit dierlijk voedsel. In een keer lossen ze alle slag- en stuurpennen(veren).

-         In de ruitijd zijn de zwemvogels wat onopvallender en doffer van tint.

-         Veel grauwe ganzen komen van elders hier in de vroeg-zomer ruien.

-         In de rui eten grauwe ganzen liefst jong riet en de wortels van lisdodde.

-         De rui vindt plaats na de broedtijd of ruim voor de komende trekperiode.

-         Het zomerkleed is minder intens van kleur dan in de paartijd.

-         In de wintermaanden veel doortrekkers en overwinteraars in Nederland.

-         In 1970 – 100/150 broedparen. Door inpoldering en ontstaan van rietmoerassen (Flevoland) nu wel meer dan 1000 broedparen van gr.g.

-         Lijsterachtigen gebruiken mieren om hun verenpak vogelmijtvrij te maken

               door het aansmeren van mierenzuur. Watervogels vetten veren in.

-         Gelobde poten (meerkoet), drie-teen/eend, vier-teen/aalscholver.

-         Vogelwet van 1-1-1914 en later 1936. Naardermeer reservaat vanaf 1906

-         Leeftijden in jaren:  gemeten: koolmees 15 –mus 10– kievit/duif/waterhoen 15               

                                     spreeuw/merel/meerkoet 20 – reiger/scholekster 30 –

                                     torenvalk 15 – koekoek 15 – gierzwaluw 20 - 

                                     eend 25 tot 40 – gans 40 – zwaan/snoek 100 jaren !!

                                    (Onder voorwaarde van een veilig en gezond bestaan.)

-         De trek vindt plaats in grote groepen. Ze vliegen in een keer van de zomerplekken naar hun winterverblijfplaatsen. Tijdens de vlucht wordt opgeslagen lichaamsvet verbruikt. Kenners kunnen aan de buik(vet)welving de conditie van de ganzen aflezen Afwisselend nemen de ervaren ganzen de kop, onder het slaken van contactkreten. De vliegsnelheid ligt rond de 80 km. p/u.

-         Andere ganzen landen graag in de buurt van een grote grazende groep.

Dat vormt voor hen een veilige landingsplek, i.v.m. wachtpost genten.

De onderlinge verdraagzaamheid is buiten de broedtijd wat groter.

-         De jacht op ganzen in veel landen, is er de oorzaak van, dat bij een onderzoek

van rietgansen, meer dan 50 % van de dieren (lood)hagel in de spieren had.

-         Landende groepen sluiten achter elkaar aan. Overvliegen ongebruikelijk.

Grauwe ganzen en nijlganzen trekken weg, maar er blijft ook een aantal. Ganzen proberen de vorstgrens voor te blijven door zuidwaarts te gaan. Nijlganzen/bergeenden/halfgans!!  De nijlganzen stellen weinig eisen aan een broedplek. Soms zelfs in bomen, torenvlak of ooievaarsnest.

Zo nodig verjagen ze soms de ooievaars van het hoog gelegen nest.                                                                Grauwe ganzen broeden ook in polder – 28/30 dgn. Vrouwtje broedt.

Dat verschijnsel zien we ook bij tortels en kuifeenden (Finland broeden).

Boeren vragen nu om een ruim afschot om weideschade te beperken.

Ook in Zuid Holland blijft een grote gemengde zomerpopulatie achter.

Als bedreigingen voor de gans gelden: vossen, ratten, katten, honden en egels. De mensen verstoren makkelijk broedende ganzen.

Ganzen kunnen ziek worden van en hinder ondervinden van: botulisme, luizen, paratyfus, vetzucht, windeieren en wormen.

 

 

Boerderijganzen.

-         De gans betekende vroeger: eieren, vlees, dons, mest, ganzenpennen voor      schrijfgerei, stabilisatorveren voor pijlen en ganzenpastei.

-         Rond 1850 was er een ruime handel in eenden en ganzen in Enter.

-         De grote ganzenmarkt werd gehouden in Coevorden.  Export Eng./Du.

-         Groepen Twentse landganzen werden via Zeist naar het westen gedreven.

-         Ganzen leggen 2 eieren per drie dagen.

-         De handel bereikte een hoogtepunt tussen 1910-1915.(20.000 p.w. export)

-         Na 1945 verdwenen Twentse landgans, de Groninger en Noord Hollander.

-         Er vond vermenging plaats met wilde ganzen en de Chinese knobbelgans.

-         Twentse landgans gent woog 5/6 kg. en de gans 4/5 kg. Kleur wit-bont,

     blauwe ogen, oranje oogleden, oranje snavel en poten, geen wammen.

-         Een werkgroep in Twente probeert met fokdieren de gans terug te fokken.

     Werkgroep: P. van der Starre – tel. 0570-562104  phvdstarre@hetnet.nl

-         De bekende soorten zijn: Afrikaanse knobbelgans, Amerikaanse Buffgans,

Brecon gans, Celler gans, Chinese knobbelgans (waaks/luidruchtig), Diepholzer gans, Elzasische gans, Emdener gans, Normandische gans, Pommerse gans (in verschillende kleurzettingen – worden oud – lastig raszuiver te fokken), Romaanse gans(kleiner dan de Emdenergans), Steinbacher gans (heeft een mooie trotse houding – werd in Duitsland ook wel “vechtgans” genaamd), Toulouse gans (diepe buikwam – deze gans kan uitgroeien tot wel 10 kg., bekend om de produktie van ganzenlever.), Twentse landgans (vreten gras, klaver en zelfs wel krielaardappelen – witte kweeksoort favoriet vanwege donskleur), Vlaamse gans en West of England gans. De mutanten niet gerekend. In Polen en Hongarije worden veel ganzen gefokt.

De slachtganzen zijn meestal slechts een jaar oud. Anders wordt het vlees taaier tijdens de bereiding. Van het gansgewicht is 70% vlees en vet.

Het vlees van borst en poten bevat ongeveer 25% vet.

Ganzen hebben het hoogste vetgehalte van alle vogels.

 Ganzenvangers.

-         Voor, tijdens en na de oorlog waren er in Nederland tot 1975 veel

ganzenvangers actief. Vanuit een schuilhut en met lokganzen werd

gewerkt met klapnetten, opgesteld aan weerszijden van een sloot.

Tussen de sloot en het net werden stelganzen geplaatst, die met riempje en kettinkje aan de grond verankerd waren. Wilde ganzen werden attent gemaakt op de stelganzen door enkele lokganzen (familie van de stelganzen) in de lucht te werpen. De opgeworpen lokganzen konden slechts een beperkte afstand vliegen en landden bij de andere groep familieleden. Na een landing in de buurt kuierden de gelokte ganzen, langs de netten naar de gestelde grazers. Alleen ervaren vangers kregen tot 1975 een vergunning voor dit oude jachtbedrijf. Gevangen dieren werden geringd en weer losgelaten. De vanger kreeg voor elke geringe gans een vergoeding. Inmiddels is het beroep uitgestorven.

          Een koppel grauwe ganzen met jongen.

 

              

Figuur  SEQ Figuur \* ARABIC 3 Grauwe ganzen met jongen.

Ganzendorpen in de Achterhoek.

-         Markelo(Stokkum), Diepenheim(Westerflier), Enter en Gelselaar werden bekende ganzendorpen, omdat ze (tot 1930) beschikten over laag gelegen broeklanden (poldergebieden langs de Bolsbeek en de Schipbeek).

Ganzenhoedsters weidden de ganzen (voor ei, vlees, dons en veer).

Grote groepen werden waggelend naar het westen van het land gebracht.

Gelselaar heeft een permanente ganzenweide en een bronzen kunstwerk,

voorstellende drie ganzen. De laatste zaterdag van juni is er in Gelselaar

een ganzenmarkt en de verkiezing van de beste ganzenhoedster. 

Zwanburgernieuws.

-         Op de Tengnagel te Warmond/Leiden zijn in de zomer van 2005 enkele (3) keizerganzen waargenomen. Anders dan bij de blauwe vorm van de sneeuwgans loopt, de leigrijze kleur van de lichaamsveren door tot onder de snavel. Hun eigenlijke leefplek is de westkust van Canada en Alaska.     

-         Bovenzijde van de snavel en de poten zijn bij de keizergans oranje/geel en bij de sneeuwgans roze van kleur. De ganzen dragen geen pootringen.

-         De ganzenpopulatie wordt steeds gevarieerder. De keizerganzen verblijven veelal op de Tengnagel, in de buurt van een groep grauwe ganzen, waar ook witte boerenganzen tussen lopen. Mogelijk blijven ze hier tot na de winter.

-         Een koppel Nijlganzen (halfganzen/eiders) zwemt half augustus 2005 (laat) rond op het Joppe, met vijf jonge kuikens. Mogelijk een eerste nest.

-         Tijdens de invliegmaanden september en oktober arriveren en regelmatig nieuwe groepen brandganzen uit noordelijker streken om hier te overwinteren.

-         De Tengnagel is een geliefde plek om te verblijven, omdat er aan beide zijden water is als vluchtroute en er allerlei verschillende kruiden groeien. 

-         Bijzondere waarnemingen kunnen telefonisch worden doorgegeven aan de Dutch Bird Association, onder telefoonnummer 010-4281212.

-         Op de site van “Fotonatur.de” vindt U een schitterende serie foto’s over zeer veel soorten ganzen uitgebeeld. Een must voor ganzenliefhebbers.

-         Dat geldt ook voor de gansinformatieve site: Lauwersmeer.com

-         Een aantal foto’s uit deze serie zijn ook opgenomen in de site van de

-         Zwanburgerroute, samen met heel veel interessante informatie over ganzen.

-         De omgeving van de Tenggnagel en de Zwanburgerpolder verdienen het om

-         een bekend en belangrijk leefgebied te zijn van de voorkomende ganzen.

-         Een groep brandganzen (ongeveer 50) vreet dagelijks het benodigde gras in een weiland tussen Endegeest en de Warmonderweg.   

 

Taalbijzonderheden:

          Na de Tweede wereldoorlog kon een meisje een jongen plagen met de uit-

-         drukking: “Je bent een mallerd”. Daar bedoelde ze dan mee, dat je een dwaas, een rakker, een deugniet, een beetje dommerd, of iets dergelijks was.

-         De herkomst moet gezocht worden in Engelse taal. In de vogelwereld is

-         de wilde eend bekend als “mallerd”. Daardoor wordt ook het plagende

-         gebruik in het Nederlands duidelijker voor de luisteraar. Wij associëren

-         de eend immers met het begrip –domheid en onnozelheid-.

-         Sneeuwganzen worden vanwege hun gedrag benut op kinderboerderijen.

-         Zwaanganzen waren in 3000 v.Chr. al bekend als huisdier. 

 

Soortenindeling:

     -   Tamme/gebruiksganzen:                                Wilde ganzen: geschatte aantallen

                 voorouders: Grauwe gans                  (wereldpop.) tussen 1996 en 2002               

                                     Zwaangans-Azie            kolgans                      800 000

-         keizergans               Twentse landgans          grauwe gans                                               

-         zwaan(Chin.)gans   Engelse gans                  kleine rietgans                                             

-         dwerggans               Toulouse gans                sneeuwgans            3 000 000

-         Ross’ gans               Steinbachergans             rietgans

Hawaiigans(+500)   Romaanse gans              rotgans                       650 000

-         Ekstergans               Pommerse gans              Canada/Alaska gans

-         hoendergans             Normandische gans       brandgans                  250 000

-         manengans               Emdener gans                    

Afr.knobbelgans      Elzasser gans                  Emdener gans en Toulouse gans

     spoorwiekgans         Diepholzer gans              stammen van grauwe ganzen af.

                                      Vlaamse gans                  Engelse Bantamgans (vleesfok)                                                             

          Cape Barrengans-Austr. - gew. tot 5.3 kg–voorouders  in N.Zeel.uitgestorven. 

-         Magpiegans-Z.Am.–schreeuwgans-heeft geen teenlobben. Ontd. Latham 1798.

 

-         Blauwvleugelgans/Indische streepgans/Magellangans/kelpgans/grijskopgans/ Andesgans/Orinocogans/roodkopgans/Nijlgans:eidereend/bergeend of casarca.

                                                                       

                                                                   Grootte tot/Spanw.tot/Gew.tot/Vliegsn.h

Grauwe gans    - Anser anser (Linnaeus 1758)              90cm-165cm-4.1kg-80km/u

Kolgans            - Anser albifrons (Scopoli 1769)                                                       Dwerggans       - Anser erythropus (Linnaeus 1758)

Rietgans           - Anser fabalis (Latham 1787)

Kleine rietgans - Anser brachyrhynchus (Baillon 1833)

Rotgans            - Branta bernicla (Linnaeus 1758)

Zwarte rotgans - Branta nigricans (Lawrence 1846)

Brandgans        - Branta leucopsis (Bechstein 1803)

Gr. Can. gans   - Branta canadensis (Linnaeus 1758)    110cm-190cm-7.0kg-90km/u

Roodborstgans - Branta ruficollis (Pallas 1769)

 

In Nederland voorkomende keizerganzen en Nijlganzen, zijn veelal ontsnapte of verwilderde dieren uit dierentuinen, vogelparken of particuliere vogelcollecties.  Soms is men vergeten de vogels te leewieken of tijdig te kortwieken. In enkele gevallen hebben verzamelaars de dieren bewust hun vrijheid teruggegeven.

De meeste vogels houden goed stand in ons zeeklimaat en komen zelfs tot broeden.

Nijlganzen trekken niet weg, omdat zij geen noordelijke broedplaatsen hebben.

Wel verzamelen ze zich na de broedperiode in groepen om te herstellen van de rui.

Dat geldt evenzeer voor grauwe ganzen die paarvorming aangaan met vrij levende boerenganzen. De gedomesticeerde boerenganzen blijven hier als standvogels en remmen de trekdrift bij hun levengezel(lin). De zomerse overlast op de weidegronden heeft al geleid tot verzoeken om ganzenafschot. Koeien grazen liever niet op plekken die vol liggen met uitwerpselen van ganzen. Een flinke groep ganzen kan heel wat vers mals gras wegeten. Een grauwe gans eet per dag ongeveer 500 gram gras.