Geschiedenis en toekomst van de Zwanburgerpolder

 

Werkstuk in het kader van de verkiezing
’De Mooiste Plek’

 

foto: Nationale natuurwerkdag, IVN

 

Auteur: Gerrit Slingerland         
Ambassadeur ‘Zwanburgerpolder: de Mooiste Plek’
Warmond, 14 februari 2006
 


Foto: R.Slingerland
 

De Zwanburgerpolder

 

Geschiedenis

Vanaf ca. 1.000 na Christus is het veengebied ten oosten van Warmond door boeren in gebruik genomen. Het waren echte “wetlands”. Moerassige gebieden die afhankelijk van de waterstand droog stonden. Daartussen kronkelden kreken die afwaterden in de richting van De Leede die in verbinding stond met de Oude Rijn die bij Katwijk in de Noordzee uitmondde. Er was sprake van "bolle venen" wat wil zeggen dat het veen hoger lag dan het water in de kreken[1]. Daardoor vond er een natuurlijke afwatering plaats. Het gebied zal er waarschijnlijk uit hebben gezien zoals sommige delen van de Biesbosch en de Oostvaardersplassen. Veel riet met hier en daar ertussen een stukje grond met wilde grassen en wilgen.   

.

Foto:R.Slingerland

De inwoners van de dorpen op de strandwallen zoals Warmond gingen aanvankelijk kleine perceeltjes, van 10 tot 100 are, gebruiken voor het vee en het voer. ’s Winters stonden de “oppertjes” onder water. Hoe meer het veengebied gebruikt werd hoe meer het inklonk, en daarmee lager kwam te liggen. Om het droog te houden werd er om de perceeltjes een dijkje gelegd. Met eenvoudige middelen werd vanaf het voorjaar (rond april) het waterpeil zo laag gehouden dat de koeien droge hoeven konden houden.

’s Winters stond het onder water en in het voorjaar kwam het weer droog te staan.

In 1134 is er een grote overstroming van een groot gebied tussen Leiden en Amsterdam. Al het land komt onder water te staan. Er ontstaan verschillende meren die later De Haarlemmermeer en de Kagerplassen gaan vormen (zie voor gedetailleerd overzicht historie Zwanburg en omgeving de bijlage.

Als reactie op de wateroverlast worden de perceeltjes groter en van hogere dijken voorzien. In die periode moet het er meer uit hebben gezien als Noord Hollands Waterland. Kleine eenpersoonspolders omringd door boezemwater.

Zo rond 1500 werden de percelen met elkaar verbonden en ontstaan er ca 7 polders die droog gehouden werden met kleine handmolens en paardenmolens. Vanaf  1560 worden de eerste windmolens geplaatst.

Op 27 januari 1632 keurt het Hoogheemraadschap van Rijnland het plan goed om de Swanenburgerpolder te stichten. Een grote polder van 278 morgen met een dijk en kaden en ontwaterd door een grote Wipwatermolen. Tot 1679 wordt de polder iedere winter vanaf kerstavond onder water gezet om in het voorjaar opnieuw drooggemalen te worden.

 

De polder tot 1965

De polder werd vooral door boeren uit de dorpskern Warmond gebruikt. Zo’n 15 boerderijen waren gelegen aan de oostkant van Warmond met de stal aan de Leede of een zijsloot of een wijk.

Tot ongeveer 1960 is dat een vrij stabiele situatie geweest. In het voorjaar, rond eind april werden de koeien naar de polder gebracht. Dit ging met een veeschuit, want de Zwanburgerpolder was en is niet over de weg te bereiken.

foto: Tussen Koe & Kunst

 

Daar werden de koeien ’s morgens en ’s avonds in de polder gemolken. Met een roeiboot en in latere jaren een roeiboot met hulpmotor of motorvlet werd er dus ’s ochtends vroeg uitgevaren met lege melkbussen en met volle melkbussen terug. De tijd moest goed in de gaten gehouden worden want om 8.00 uur ’s ochtends kwam de melkwagen langs en moesten de melkbussen mee. ’s Avonds was het weer hetzelfde liedje. In de zomer werd het gras gemaaid en als hooi werd met grote vrachten het hooi weer naar de boerderij gevaren. In het najaar moesten er wat greppels gegraven worden om het land wat langer droog te houden, zodat de koeien tot half of eind oktober in de polder konden blijven. Als de koeien weer in de stal stonden moest natuurlijk de mest wekelijks of om de paar dagen naar de polder gevaren worden. Het werd dan meestal op een “staal” gezet en in het voorjaar met paard en wagen en later met de tractor uitgestrooid over het land. Kortom het boeren was arbeidsintensief en vanaf 1960 heeft de mechanisering op alle gebieden zijn consequenties gehad. Melkmachines, bulkwagens voor melk en voer, tractoren om het land te bewerken etc. Het maakte het werken met een vaarboerderij niet makkelijker. Er moest veel worden geïmproviseerd.

foto R.Slingerland

Naast de boeren uit het dorp was er een enkele boer uit ‘Het Lage Land’, het gebied aan de overkant van de Kagerplassen, die weiland in de Zwanburgerpolder huurde. Daarnaast was er sinds ongeveer 1610 een boerderij in de uiterste noordoost punt van de polder: ‘De Eenzaamheid’. Deze boerderij stond via een kerkpad, dwars door de polder, met hier en daar wat planken over de sloten, in verbinding met de molen. De molen lag en ligt vlak bij de dorpskern aan de westzijde van de polder. Als de kinderen van ‘De Eenzaamheid’ naar school gingen moesten ze via dat Kerkpad en bij de molen met een bootje over de Leede. Ook andere boeren uit ‘Het Lage Land’ kwamen zo naar het dorp. Toen in de 19de eeuw de dorpen Rijpwetering en Oud Ade tot ontwikkeling kwamen, raakten deze mensen meer op die dorpen georiënteerd omdat ze er veel dichterbij woonden. Ook veranderde het vervoer. In de 20ste eeuw werden de boten als transportmiddel steeds meer vervangen door wegvervoer met auto’s en vrachtwagens. Boerderij ‘De Eenzaamheid’ is nu dus in de praktijk niet meer vanuit Warmond bereikbaar, maar vanuit Leiderdorp.

 

Boerderij ‘De Eenzaamheid’ kreeg in 1743 zijn huidige vorm. Sinds 1849 wordt de boerderij bewoond door de familie van Schie, inmiddels is Jan van Schie de 6e generatie die hier woont. Vanaf 1990 is de boerderij in het Veenweidekaasproject gestapt en maakt nu de overheerlijke “Wilde Weidekaas”. De boerderij is, mede vanwege de moeilijke bereikbaarheid, geheel overgestapt op biologische bedrijfsvoering.


         foto: R.v.d.Loos

Zandwinning

De Zwanburgerpolder was oorspronkelijk 240 ha groot. Eind jaren ‘50 begin jaren ‘60 heeft het gemeentebestuur het plan opgevat om de polder te ontgronden voor zandwinning. Een zeer lucratieve aangelegenheid die de gemeente Warmond vele miljoenen guldens op moest leveren. Er zou een eiland van ca 40 ha opgespoten worden om in woningbouw te voorzien. Hoewel er toen nog veel gesproken werd over sociale woningbouw laten de plannen uit die tijd toch meer luxe bebouwing met haventjes zien. De bevolking protesteerde massaal. Overigens om veel verschillende redenen[2].

Zo meenden ingezetenen en niet-ingezetenen dat het bezwaarlijk was dat er een brug kwam met twee gevolgen:

v      Boten moesten omvaren, en vanuit de landhuizen aan de Leede kon men niet meer zwaaien naar de massaal langs varende kennissen.

v      Anderen verwachten dat er negatieve gevolgen zouden zijn voor de jachthavens die door de brug verder van de plassen af kwamen te liggen. Boeren protesteerden omdat ze hun land zouden verliezen.

v      Ten slotte was er ook een redelijk grote groep die wees op de pracht en praal van de Zwanburgerpolder en de flora en fauna. Zaken die werden genoemd, waren:

Ø      de bosjes in de polder

Ø      de vele weidevogels waaronder grutto’s, kieviten, tureluurs, kemphanen, kramsvogels en vele anderen

Ø      de unieke vergezichten ( geen horizonvervuiling)

Nadat de Raad van State zich had uitgesproken mocht er wel zand gewonnen worden en een eiland ontstaan die met een brug ontsloten werd, maar gebouwd mocht er niet worden. Nu is de polder nog 100 ha, waarvan 90 ha weiland en 10 ha dijken en bebouwing. Door de zandwinning is een nieuwe plas ’t Joppe ontstaan en aan de Kagerplassen toegevoegd. De plannen om vanaf recreatie-eiland ‘Koudenhoorn’ een brug te bouwen zijn niet uitgevoerd. Wel is er, specifiek voor de bedrijfsvoering, bij boerderij ‘De Eenzaamheid’ een pont gekomen. De polder is dus nog steeds alleen over het water bereikbaar.

 


         foto:R.Slingerland


 

De Zwanburgermolen

Uit het overzicht van de molens in Rijnland is de volgende informatie gehaald:

Zwanburgermolen te Warmond

 

De Zwanburgermolen is een grondzeiler en gebouwd in 1805 door Warmondse molenmaker Simon Paddenburg, ter vervanging van een wipmolen die vermoedelijk uit 1632 dateerde.
De molen is gelegen aan de Leede, tegenover Warmond in de Zwanburgerpolder en is sinds 1960 eigendom van de huidige eigenaar.
Hij bemaalde oorspronkelijk de Zwanburgerpolder destijds groot 233 ha. en bemaalt thans het resterende gedeelte ca. 84 ha. en heeft een opvoerhoogte van 1,30 m.

De molen is vrij groot vergeleken met andere molens in Rijnland. Vermoedelijk is de molen pas vanaf 1847 bewoond geweest. Bij het erf bevindt zich een gemetselde schutsluis. Die werd door de boeren gebruikt om met boten het hooi, vee en melk te vervoeren. In de 17e eeuw was het gebruikelijk om de polder rond de Kerst, onder water te zetten door de sluisjes te openen. Gedurende de wintermaanden werd de polder dan niet bemalen. Dit had als voordeel dat men bespaarde op de bemalingkosten, ongedierte (muizen) verdronk en door het slib in het water was er natuurlijke bemesting. Pas in het voorjaar werd de polder weer drooggemalen. In de polder stonden geen boerderijen of andere gebouwen. Later is men ook in de winter gaan bemalen.

 

Fotograaf: F. Keulemans

Nummer:

1031

 

Naam:

Zwanburgermolen

 

Adres:

Zwanburgerpolder 3

 

Plaats:

2361 CX Warmond

 

Provincie:

Zuid-Holland

 

Gemeente:

Teylingen

 

Type:

ronde stenen grondzeiler

 

Functie:

watermolen

 

Inrichting:

scheprad

 

Bouwjaar:

1805

 

Eigenaar:

Rijnlandse Molenstichting sinds 1960.

 
 
 

 

 

 

 

 

 

Sedert 1806, 200 jaar dus, is de molen in bedrijf gehouden door vader en zoon Hassing (tot 1885), de heer Cozijn (tot 1940) en vader Chris en zoon Leen van den Berg (tot Heden. Sinds ongeveer 1850 is de molen bewoond. Vanaf 1928 is er een apart woonhuis naast de molen. In 1959 is er een motorgemaal gekomen omdat de as van de molen kapot was en herstel erg duur was. In 1960 is de Rijnlandse Molenstichting opgericht om de Zwanburgermolen in ere te herstellen en daarna ook de zorg voor andere molens op zich te nemen. De molen werd gerestaureerd met de beperkte middelen die beschikbaar waren. Hij kon weer een aantal jaren mee, totdat in 1993 het doek definitief leek te vallen. Mede door slimme subsidietrucs is de molen wederom, maar nu grondiger, gerestaureerd. Sindsdien staat hij weer fier en monter op de dijk om met windkracht het water uit de polder te trekken[3].

 

Natuurbeheer door boeren

In de Zwanburgerpolder zorgen de drie boeren (van Schie, van Rijn en van der Voort) die er hun koeien weiden. In deze streken was de blaarkop, rood of zwart, de traditionele koe. Boer Jan van Schie van de ‘Eenzaamheid’ heeft nu Montbéliard koeien die melk geven die qua eiwit/vet gehalte uitstekend geschikt zijn voor zijn biologische veenweidenkaas.               

Foto: R.Slingerland

Het zijn sterke, rustige koeien die de alpenweiden van de Jura gewend zijn en het nu dus wat “vlakker aan” doen.

Jan van Rijn melkt een speciale Rode Blaarkop, die een witte kop van de Witrik heeft. Dit ras wordt Griemel genoemd. Jan van der Voort heeft vleeskoeien die roodbont en zwartbont zijn en ook et nodige Frans in het bloed hebben, zoals blijkt uit hun sterke achterhand.

De boeren, de molenaar en vrijwilligers spelen een belangrijke rol bij het natuurbeheer. Het maairegime, de nestbescherming, slootkantbeheer, snoeien en onderhoud van bos is van belang om de natuur en kans te geven. Grutto’s, kieviten, scholeksters en tureluurs broeden er volop. Visdiefjes, veldleeuweriken, wulp, kramsvogels, reigers, ooievaars, blauwe kiekendief en buizerds komen er nog in behoorlijke aantallen voor. Ook vele water en waadvogels zoals kluut, ganzen (vele soorten), aalscholver, fuut, dodaars, krakeenden, kuifeenden en meerkoet zijn volop in en om de polder aanwezig.

Grutto                 Kievit                  Scholekster       Tureluur

Foto’s:www.zwanburgerroute.nl

Vissen, vooral brasem en karper, amfibieën (groene en bruine kikker, padden, hagedissen) en kleine zoogdieren zoals hazen, hermelijn, vele muizensoorten waaronder de spitsmuis en de beschermde Noordse woelmuis zijn niet allen zichtbaar maar wel vertegenwoordigd in de polder. Om de polder heen zijn variërend brede en smalle rietkragen, waar de rietzanger huist. Tevens broeden hier tal van watervogels en is het een paradijs voor vissen. Vooral karpers kunnen hier hun liefdesleven inhoud geven.

foto: R.Slingerland

 

In de polder zijn enkele kleine bosjes. Men zegt dat er vroeger koeien met besmettelijke ziekten werden begraven (miltvuur, veetyfus). Zeker is in ieder geval dat ze een belangrijke functie voor de boeren hebben vervuld. Hakhout voor het fornuis en de kachel, hout voor beschoeiingen en afzettingen, maar vooral al een windbreker. Toen de boeren de koeien nog in de open lucht molken was de beschutting achter een bosje bij wind en regen belangrijk. Aan de noordoostzijde van de polder staat bos op de dijk. Deze dijk werd altijd “de armenkaai van Warmond“ genoemd. Arme lieden hakten er hout, om de kachel en het fornuis brandend te houden. Althans zo luidt de verklaring. Overigens waren aangrenzende graslanden in een grijs verleden in bezit van het Amsterdamse Armenbestuur. Het zou dus ook mogelijk zijn dat de naam daar aan refereert.

 

Bezoek en recreatie

Vele watersporters genieten vanaf de Kagerplassen van de mooie polders. Maar ook dagjesmensen die wandelen over Koudenhoorn of langs de Zijldijk of in Park Groot Leerust genieten vaak van het uitzicht op en over de Zwanburgerpolder. De polder kan in de zomer en het najaar in de weekeinden bezocht worden. Dan is de zogenaamde Zwanburgerroute ofwel “tussen Koeien en Vlaaien“ uitgezet, vanaf het recreatie-eiland Koudenhoorn. Er wordt dan overgevaren met de klassieke salonboot “De Heere Schouten“, bemand door vrijwilligers (www.zwanburgerroute.nl). Over de dijk met uitzicht in de polder en op het water wandelt men dan over een afstand van 1,4 km. naar een volgende opstapplaats.

Bij boerderij ‘De Eenzaamheid’ kan op afspraak een bezoek (niet op zondag) worden gebracht en is een rondleiding mogelijk. Tijdens de schippertjesdagen (en open monumentendag) is er vaak open dag bij de molen. Ook daar bestaat de mogelijkheid om in groepsverband op afspraak een bezoek te brengen. Vanaf de boerderijen in het dorp Warmond worden de koeien, al eeuwenlang in het voorjaar per veeschuit naar de polder overgevaren. In verband met deze voor Nederland nog unieke gebeurtenis, wordt in Warmond jaarlijks het evenement “Tussen Koe & Kunst“ gehouden.

Foto: Tussen Koe & Kunst

 


 

Toekomst van de Zwanburgerpolder

De toekomst van de Zwanburgerpolder is onzeker. De boer met melkkoeien staat onder sociaal economische druk. Opvolging is op veel boerenbedrijven een groot probleem. Het lijkt niet voor de handliggend dat in de komende jaren bij bedrijfsbeëindiging, overname en voortzetting door een andere melkveehouder zal plaatsvinden. Al op een termijn van ca 10 jaar zal dit een behoorlijke verandering tot stand brengen.

Daarnaast is er de recreatieontwikkeling. Daarbij zijn er twee factoren die vooral gericht zijn op aanbod van recreatievoorzieningen:

v      extra inkomsten voor het boeren bedrijf

v      overheid die mede regisseur is van aanbod van (openbare) recreatieve voorzieningen.

Een derde factor van belang is de organisatie van natuurbeheer en natuurproductie. Als de overheid natuurproductie blijft uitbetalen (er zijn op dat gebied tegenstrijdige signalen) zal dit een belangrijke aanvullende inkomstenbron kunnen zijn. Daarnaast is er een lange termijn ontwikkeling dat steeds meer percelen in het veenweidegebied natuurgebieden worden. De terreinen worden dan aangekocht via Bureau Beheer Landbouwgronden en overgedragen aan natuurmonumenten. Vervolgens kan verpachting met veel stringente bepalingen aan boeren plaats vinden. In de discussies over het karakter van de natuurgebieden komt steeds vaker de ambitie naar voren om vernatting na te streven.

 

Drie toekomstscenario’s voor de middellange termijn, ca 20 jaar, voor de Zwanburgerpolder:

 

Natuurgebied.
In dit scenario zal de polder binnen een generatie veranderen van een veenweide in een moerasgebied, met ondergeschikte beperkte agrarische functie.

 

Recreatiegebied.
Recreatieve functies worden intensiever, zowel op het gebied van natuurwandel als verblijfsrecreatie. De agrarische functie blijft wel belangrijk maar komt steeds meer op de tweede plaats.

 

Agrarisch landschapsbeheer.

De agrarische functie blijft hoofdzaak maar wordt ondersteund door natuurproductie en recreatieve (en educatieve) neventak.

Zowel voor het behoud van het gebied als broedplaats voor weidevogels en verblijfsgebied voor talrijke andere vogelsoorten, als uit het oogpunt van historie van dit cultuurlandschap met monumentale elementen is te hopen dat het derde scenario realiteit wordt.

 

De Zwanburgerpolder: het moet er altijd zo blijven. Daar moeten we aan werken. 


 

Bijlage
Zwanburgerpolder en omgeving, geschiedenis en jaartallen.

800 Het vervoer van Utrecht naar Vlaardingen en Velzen loopt via de oeverwallen van de Rijn en de strandwallen. Het noord-zuid verkeer loopt via de strandwal tot Voorschoten, vervolgens over de oeverwallen van de Vliet; de Rijn wordt overgestoken bij de Hoogstraat, en via de oeverwal van de Leithe = Leede (de latere Maredijk) en de strandwal van Warmond wordt de route vervolgd.

900 - 1100 Eerste trek van de strandwallen naar het veengebied. De eerste bewoning gaat niet verder dan het riviertje de Oude Ade.

1134 Grote overstroming: alleen de zuidoever van de Rijn (hoge zijde) en De Waard (= hoge land) blijven droog. Aan de noordkant van de Rijn ontstaat een groot wateroppervlak, waarvan de huidige Kaag nog een restant is. Kaghe wordt voor het eerst vermeld.

1408 De tweede Nederlandse windwatermolen wordt gebouwd vlakbij kasteel Cronestein in Zoeterwoude, door Floris van Alkemade en Jan Grietensoen (de eerste molen bouwden zij enkele jaren eerder bij Alkmaar).

1460 Keur van Rijnland: geen bouw van watermolens zonder toestemming van de Dijkgraaf.

1469 Rijnland: paardenmolens mogen zonder toestemming opgericht worden, mits ze uitslaan op de Rijn of de Zijl.  

1500 - 1600  Veel eenpersoonspoldertjes in de buurt van de Zijl en de Dwarswetering. In de polders verschijnen nu overal molens.

1531 – 1591 Door oeverafslag groeien vier oorspronkelijke meren aaneen tot de Haarlemmermeer, een wateroppervlakte van uiteindelijk ± 18.000 hectare. In Warmond is van 1275 morgen land ongeveer 25 % ‘bezit in de dode hand’ (van instellingen); totaal is 30 % ‘eyghen land’ en 70 % ‘huyrland’. Er wordt een nieuwe verhoefslaging van de Swanbrouck Sloot vastgesteld; de sloot moet nodig uitgebaggerd worden om weer bevaren te kunnen worden ‘met schouwen geladen met beesten ofte hoy’ (met de verhoefslaging werd afgebakend wie voor welk deel van het onderhoud verantwoordelijk was).

Cornelis Cornelisz. uit Warmond verzoekt op 12 januari een paardenmolen te mogen plaatsen op zijn land aan de ‘Swabroucker Sloot’. Ook uit 1571 bestaat er een dergelijk verzoek tot het plaatsen van een paardenmolen. Op  6 april vraagt Anthonis Roelandsz. uit Warmond een windwatermolen te mogen plaatsen die zou uitmalen op de Diepe Lee. In 1570 en 1596 zijn er weer verzoeken tot het mogen bouwen van windwatermolens.

1599 Er is een jaagpad van de Kaag naar Amsterdam aangelegd.    

1600 In de "Oude Kooi" (eendenkooi in de Kaag) wordt niet meer gevangen. Op de kaart van Rijnland staan in de toekomstige Zwanburgerpolder 4 molentjes getekend.

1629 Een eerste plan voor het droogmaken van de    Haarlemmermeer wordt opgesteld door Jan Adriaansz. Leeghwater (zie 1840).

1632 Het plan voor stichting van de Zwanburgerpolder wordt op 27 januari goedgekeurd door de Dijkgraaf en Hoogheemraden in herberg ‘De Swan’ in Leiden. Nieuwe kaden en dammen voegen de verschillende poldertjes aan elkaar. Bestaande molentjes maken plaats voor één grote wipwatermolen. Tot 1679 wordt de polder ’s winters (op kerstavond) onder water gezet.

1633 De 278 morgen land in de Zwanburgerpolder is in bezit van 54 grondeigenaren; 80 morgen is in het bezit van instellingen.

Jan Pietersz. Dou, landmeter van Rijnland, maakt een verhoefslaging voor de nieuwe polder.

1639 De Heer van Warmond krijgt toestemming om een brug met tol (het Warmonderhek) aan te leggen over de Poel (zie 1953).

1659 Door Rijnland wordt er bij de ingelanden die land hebben aan de Joppesloot op aangedrongen de sloot te reinigen voor de jaarlijkse schouw. De Zwanburgermolen krijgt nieuwe grenen roeden.

Tonis Jansz. van der Laan verdrinkt in de Leede; zijn lijk wordt gevonden bij de molen. Behalve de grote sloten worden voortaan ook de kleine poldersloten geschouwd, omdat de ingelanden nogal eens onwillig zijn deze te baggeren. In 1665 krijgen 5 personen 12 stuivers boete wegens het niet in orde zijn van het werk.

1665 Tweederde van de grond van de Zwanburger-polder is in handen van boeren en inwoners van Warmond. Van de 282 morgen is 69 morgen in handen van: de Heer van Warmond, de Heer van Hazerswoude, de Abdij van Rijnsburg, de Abdij Leeuwenhorst, de Kerk en Parochie van Warmond; het Elisabeths- en Catharina gasthuis, de ‘Armenhuyssitten’, de Falide Bagijnen en Arme Weessen uit Leiden.

Leiden en Haarlem zijn door een trekschuitverbinding met elkaar verbonden. De Heer van Warmond geeft toestemming de polder in de winter droog te houden.

1680 Bericht van Rijnland dat er nog geen nieuw register van verhoefslaging is aangelegd ondanks dat dit in de keur van 1639 bepaald was.

1683 Langs de Zijl is een jaagpad aangelegd. Twee nog aanwezige ‘rollepalen’ in de bocht bij de Boterhuismolen (zie 1937) herinneren nog aan de trekschuittijd. De palen, waar de treklijn langs rolde, zorgden dat de schuit niet tegen de kant getrokken werd.       

In het bemalingvoorschrift van de molen staat onder andere dat de molenaar, als de molen onder zeil staat, hij zich niet verder dan 200 meter van de molen mag verwijderen; bij overtreding krijgt hij een boete van 20 stuivers.

1701 De rijweg langs de Haarlemmertrekvaart krijgt een tolhek vlakbij Warmond: het Leidsche Hek. Er wordt besloten nieuwe verhoefslagingspalen te plaatsen (of dit gebeurd is, is niet terug te vinden. In de loop van de 18e eeuw werd het onderhoud uitbesteed, meestal aan de molenaar, en kwam het verhoefslagingsstelsel te vervallen.

1731 Oud Ade is het jongste dorp in Alkemade en telt in 1731 slechts 3 huizen.

1739  De Zwanburger-, Zwanenburger Tocht of Sloot staat in 1739 opgetekend als ‘Swanburger watering’, mogelijk verband houdend met het ‘heerlijk recht van de zwaansdrift’ van de Heer van Warmond. Een andere verklaring is dat de naam een verbastering is van ‘Swabroucker Sloot’ (1566), wat betekent: ‘grenzend aan moerassig land’. De naam ‘De Bak’, nu de doorgang tussen Koudenhoorn en de Strengen wordt in 1743 genoemd bij de verkoop van een stuk land van 1 morgen en 434 roeden genaamd ‘de Bak’. Iets oostelijk van de ‘Eenzaamheid’ stond een gebouwtje dat tussen 1743 en 1772 de broodbakkerij was van Dirk Outhoorn; hij stond bekend als ‘de bakker van ’t Lage Land’.

1769 Veepest: er sterven 1020 koeien in Alkemade. Er wordt besloten de oude wipwatermolen te vervangen. De nieuwe ronde stenen grondzeiler komt ± 11 meter dichter bij het dorp te staan. Op 16 februari 1806 wordt de nieuwe molen in gebruik genomen. De oude molen stond op grond die gehuurd werd van Piet Niclaes; door de verplaatsing van de molen kwam die op grond te staan die eigendom was van de polder; abusievelijk werd de huur doorbetaald tot 1959!

1806 Op 12 juni wordt langs de Zijl het lichaam van de 19 jarige Leuntje Bol gevonden. Zij was beroofd en vermoord door de Brabantse baggeraar Henricus Cuppens, die na de moord gewoon doorging met zijn baggerwerk en twee dagen later zelfs getuige was van de ontdekking van het lijk.

Verzoek aan eigenaren om planken over hun sloten te onderhouden om het kerkpad van de ‘Eenzaamheid’ naar het overzetveer bij de molen goed begaanbaar te houden.

1826  De slootplanken in het kerkpad worden weggehaald omdat schapen ze ook veelvuldig gebruiken. Een storm op 19 december veroorzaakt kleine overstromingen aan de Leidse kant van de Haarlemmermeer; de Klaas Hennepoelpolder en de Hofpolder komen geheel en de Veerpolder gedeeltelijk onder water te staan. Bij zware najaarsstormen in 1836 treedt de Haarlemmermeer ver buiten haar oevers, waarbij verbindingswegen volkomen vernietigd worden. De Zwanburgerpolder en de Boterhuispolder protesteren tegen een geregelde stoomvaartuigdienst door de Zijl van de Spanjaardsbrug naar de Overtoom in Amsterdam, in verband met gevaar voor schade aan de kades.

1840 Bij Hillegom wordt een begin gemaakt met de aanleg van de ringdijk rond de Haarlemmermeer. De spoorlijn vanuit Amsterdam bereikt Leiden. Het eiland Kaag vraagt om 2 extra veldwachters in verband met wanordelijkheden veroorzaakt door polderjongens van de droogmakerij.

De molenaar van de Zwanburgermolen verzoekt in de molen te mogen gaan wonen.

1848 De ringdijk rond de Haarlemmermeer is gesloten, er wordt een begin gemaakt met de droogmaking.

1849 Cornelis van Schie klaagt er over dat het pad naar kerk en school in Warmond slecht begaanbaar is. Hoewel erkend wordt dat het lopen over de kaden moeilijk is, beslist Rijnland dat ingelanden niet gedwongen kunnen worden planken te leggen (zie 1819 en 1826).

1852 De Haarlemmermeer valt droog.

1864 - 1867 Er heerst runderpest (zie 1769).    

1867 In het Staatsblad van 4 juni wordt bepaald dat aan ‘veetyphus’ gestorven vee ter plekke begraven moet worden. De begraafplaats moet voor vee ondoordringbaar omheind zijn; mogelijk is een deel van de ‘pestbosjes’ in de polder hiermee te verklaren.

1868 De eerste weg tussen Alkemade en de rest van de wereld wordt aangelegd. Het is een verlenging van de Lange Weg (Rijpwetering - Oud Ade) tot aan de Zijl. Om de afwatering te verbeteren wordt de Groote Sloot verbreed: de bocht bij de Broekdijkmolen wordt vloeiender gemaakt en de ‘Coudenhoorn’, een uitspringend stuk land, wordt weggehaald. Voor verlies van land wordt fl. 4000,- per hectare betaald.

De Diepe Lee, die al in 1483 wordt vermeld, wordt gedempt.

Arie Cozijn wordt molenaar en blijft dat tot 1940 (54 jaar). De bijnaam  ‘molen van Cozijn’ is nog steeds bekend. Tot 1774 werd de bemaling jaarlijks openbaar aanbesteed. Vanaf 1775 zijn de molenaars vaak vele jaren achtereen in dienst; vader en zoon Hassing waren totaal 85 jaar in dienst: van 1800 tot 1885.

1912 De Haarlemmermeerspoorlijn (Leiden- Hoofddorp) wordt geopend, met stations in Rijpwetering, Roelofarendsveen, Oude Wetering en een halte bij de Franse Brug.

1914 Albertus van Schie koopt de ‘Eenzaamheid’; zijn vader Cornelis was pachter van de boerderij. Van 1927 tot 1960 is Simon, de zoon van Albert, eigenaar-bewoner. Simon wordt opgevolgd door zijn neef J. van Schie.

1917 De boerderij in de Zweilandpolder tegenover de ‘Eenzaamheid’ wordt verbouwd tot watersportsociëteit.

1918 De eerste Kaagweek wordt georganiseerd.

1928 Naast de molen wordt een nieuwe molenaarswoning gebouwd.

1931 Opheffing van de tol "Het Zijlhek" bij de Spanjaardsbrug.

1934 De Haarlemmermeerspoorlijn wordt opgeheven. De bocht in de Zijl bij de Boterhuismolen wordt afgesneden; de uitstulping van de Zwanburgerpolder heette de Tengnagel en veranderde in een eiland: het huidige ‘zeeverkennerseiland’. Bij het doorgraven van de Zwanburgerpolder wordt een Germaans urntje gevonden.

1939 De provinciale weg nr. 5 wordt aangelegd op het tracé van de Haarlemmermeerspoorlijn.

1953 De tol bij Warmond, het Warmonderhek, wordt opgeheven (zie 1639). Door een defecte as moet de molen worden stilgezet; dit betekent het definitieve einde van z’n maalfunctie; op 19 september wordt een nieuw elektrisch vijzelgemaal in gebruik genomen. Gedeputeerde Staten houden het ‘Leidse Merenplan’ tegen; een plan dat uitgraving beoogt van de zuidelijke helft van de polder ten behoeve van zandwinning. Wegens personeelsgebrek stopt de ‘Eenzaamheid’ met kaasmaken; in 1959 gaat men over op elektrisch melken. De Zwanburgermolen wordt voor fl. 1,- verkocht aan de, op 1 maart opgerichte ‘Rijnlandse Molenstichting’. Op 9 juli wordt de molen, weer geheel hersteld, opgeleverd. De Warmondse gemeenteraad neemt een uitbreidingsplan aan voor de zuidwest hoek van de Zwanburgerpolder: ruimte voor 500 arbeiderswoningen en 5 uit de bebouwde kom over te plaatsen boerderijen. Gedeputeerde Staten besluiten goedkeuring te onthouden aan de voorgestelde woonwijk in de Zwanburgerpolder.

1986 Het recreatiegebied ‘Koudenhoorn’ aan de westkant van de zandwinplas ’t Joppe wordt in gebruik genomen. De Koudenhoorn is vanuit Warmond te bereiken door een nieuwe voetgangersbrug over de Leede. De Strengen en Tengnagel aan de zuid- en oostkant zijn alleen vanuit de Leidse Merenwijk te bereiken via een brug over de Groote Sloot.

1999 Presentatie van het plan ‘Swanbroek’: herinrichting van ’t Joppe waar door grondstort een nieuwe inundatiepolder kan ontstaan met nieuwe mogelijkheden voor ‘natuurontwikkeling’, oeverrecreatie en gereglementeerde woonbootligplaatsen.

 

 

Bronnen o.a.:

 

A. Bicker Caarten, 1981. Stenen poldermolens in Rijnland.

A.G. van der Steur, 1961-1963. De geschiedenis van de Zwanburgerpolder te Warmond (in Leids Jaarboekje).

A.G. van der Steur red., 1985. Tussen Kaag en Braassem.

Th. van der Poel, 1990. Sprokkelen ronde de Oude Ade.

Projectgroep Larenstein, 1999. “Swabroek” i.o.v. VANAde.

Topografische kaarten 1: 25.000  nr. 402, 1903 en 30F, 1969, 1986, 1995 en 1997

 

Bijlage: Frits van der Sluis, maart 2000.

 

 

 


 

[1] Ros van Schie: Zwanburgerpolder

[2] Archief Bertus Slingerland

[3] De Hekkesluiter, jaargang 2 nr.2 2005, Uitgave Historische Vereniging Warmelda